Programma

Ontology and Subject

Decartes’ famous sentence “cogito ergo sum“, which could be translated as“I think therefore I am“, constitutes the starting point for a whole field of modern philosophy. If we would transform the “I think“ to a more general term, we would arrive at the word “subject“. Analogously, the“I am“ can be seen as a particular case of the word “being“. Thus, one could argue that the sentence by Descartes paves the way for the fundamental question into the relationship between “being“ and “subject“. A question which will later on be mostly know from English empiricism on the one hand (Hume and descendants), and German idealism on the other (Kant and descendants), an essential destiny for all of modern philosophy.

My proposal, inverting Descartes, is to depart – in a Heideggerian sense – from the question of being, in order to situate the question of the Subject in its domain. My sentence would be: “Being is mathematically construed as a pure multiplicity, therefore a thinking subject necessarily depends on an evental break with the environment in which the subject arises”.

My method consists, first, of examining all possible hypotheses regarding Being, all possible ontological positions. Secondly, I will choose between these positions. Subsequently, I will justify this choice by mathematically formalising the position. Then, I will conceive of what an event could be, namely the making of an exception in a ‘broad ontological localisation’ (this is what I call a ‘situation’ in Being and Event, a ‘world’ in Logics of Worlds). Finally, I will show why the universality of a truth can be deduced from an event, provided that the Subject, who is situated in the world, is the bearer of the consequences of the event.

Every subject is therefore the subject of a truth, and every truth is, in the being of a world, an immanent exception.

Alain Badiou is a French philosopher, formerly chair of Philosophy at the Ecole normale superieure (ENS) and founder of the faculty of Philosophy of the Universite de Paris VIII with Gilles Deleuze, Michel Foucault and Jean-Francois Lyotard. For this lecture, he will elaborate on his conceptions of being, truth, event, the subject, and their interrelations.

After his lecture, professor Badiou will be interviewed by Dolf van der Schoot. Van der Schoot currently teaches Ethics at TU Eindhoven, and is writing his PhD-thesis at the Hochschule für Gestaltung (Karlsruhe, Germany) and the European Graduate School (Saas-Fee, Switzerland)

De zachte kant van harde feiten

Achter elk feit schuilt een verhaal. Wie wil onderzoeken hoeveel mensen in armoede leven, heeft eerst een definitie nodig van wat als armoede telt. En wie wil onderzoeken of bepaalde pillen tegen depressie helpen, moet eerst bepalen wat als ‘depressie’ telt.

Feiten en normen zijn dus niet helemaal gescheiden, zoals velen denken. Ze zijn juist innig verstrengeld met elkaar. Zelfs de beste wetenschap kan daarom ‘de’ werkelijkheid niet weerspiegelen.

Toch kunnen zachte feiten harde waarheden worden, want er wordt beleid op gebaseerd. Daarom is het verschil tussen waardevolle en waardeloze kennis belangrijk. Net als bij ons voedsel zit dat verschil in de kwaliteit van de ingrediënten waaruit de feiten zijn samengesteld.

De argumenten voorafgaand aan de feiten zijn dus belangrijker dan de getallen waarmee feiten worden uitgedrukt. Meer nog dan statistische precisie zou daarom ‘deliberatieve precisie’ het verschil moeten uitmaken tussen deugdelijke en ondeugdelijke wetenschap.

Trudy Dehue is hoogleraar wetenschapstheorie aan de Universiteit Groningen. Ze is het meest bekend van haar boeken De Depressie-epidemie. Over de plicht het lot in eigen hand te nemen (2008) en Betere Mensen. Over gezondheid als keuze en koopwaar (2014). Haar lezing zal zijn gebaseerd op het boek dat ze momenteel schrijft onder de werktitel: Van voor de geboorte tot na de dood. Over de zachte kant van harde feiten.

De spookachtigheid der dingen

Terwijl we ons radioactieve afval zo diep mogelijk wegstoppen in de hoop dat niemand er ooit nog iemand op stuit, we hard ons best doen om van het minder gevaarlijke afval weer een grondstof te maken en we het “restafval” verbranden of omvormen tot glooiende nieuwe heuvels, lijkt afval steeds terug te keren. Niet circulair, maar in unheimische lussen, zoals het microplastic, dat bezitneemt van het water, van de vissen, van onszelf.

Wat is afval eigenlijk? Afval onttrekt zich aan onze grip en verstoort onze ideeën over zijn en over aanwezigheid, zowel in ruimtelijk, temporeel als categorisch opzicht. Afval heeft iets spookachtigs. Afval ontstaat op het moment van uitbanning – het weggooien – en bestaat zodoende bij de gratie van de (verbroken) relatie. De vraag naar de ontologie van afval leidt ons zodoende voorbij de gerichtheid op essentie en presentie en in de richting van zijn-met en leven-met.

De figuur van het spook betrad het filosofische toneel in Jacques Derrida’s Spectres de Marx (1993) en heeft geleid tot een “spectrale wending”. Derrida zette het spook in om ruimte te bieden aan figuren die tegelijkertijd aanwezig en niet-aanwezig zijn en die aanleiding geven tot een ambigue ontologie en een paradoxale staat van zijn en niet-zijn – een spokologie. (Een ding) zijn, is spoken en bespookt worden.

Maar zoals dat gaat met spoken, hoe krachtiger je ze probeert uit te bannen, hoe hardnekkiger ze zich aan je opdringen. Een spokologie van het afval nodigt ons uit om af te rekenen met onze neiging tot “verhedelijking” en oog te ontwikkelen voor de spookachtigheid der dingen.   

Lisa Doeland (1982) is filosoof en programmamaker bij Radboud Reflects. Daarnaast doet ze promotieonderzoek naar de ontologie van afval. Samen met Elize de Mul en Naomi Jacobs schreef ze Onszelf voorbij. Kijken naar wat we liever niet zien (2018)

Ontologie en ethiek – politiek in de Oosterse filosofie

Oosterse filosofie heeft een soma-esthetisch uitgangspunt: in een onderzoeks- en oefenpraktijk wordt het lichaam gewaar wat ‘zijn’ inhoudt. Deze gewaarwordingen kunnen (wel/niet) worden verwoord. Het levert uitspraken op als ‘al wat is, is (n)iets’, ‘al het gevormde is leeg’ en ‘al het zijnde is in wording en met elkaar in verbindingen’. Je zou kunnen spreken van een proces- en relationeel ontologisch ‘standpunt’. Deze manier van verstaan, ‘denken door niet-denken’, heeft niet alleen een dergelijk zijnsbesef als effect maar ook een bijbehorende manier van in het leven staan. Deze levenshouding (ethos) wordt (idealiter) gekenmerkt door ‘niet(s) doen’, ‘aandacht voor de ander(e)’ en ‘geen enkel kwaad doen’. Het levert vanzelf een andere omgang op met je medemensen (naaste en vreemde) maar ook met ‘de bomen, de beken en beesten’ – ofwel: een ander ecologisch wezen. Het pad of de weg volgen leidt dan ook niet noodzakelijkerwijs tot politiek quiëtisme en oosterse filosofie is niet ‘het perfecte ideologische supplement van de kapitalistische dynamiek’ – zoals Slavoj Zizek stelt. Integendeel, als je Timothy Morton, Henk Oosterling of mij vraagt.

Jan Flameling richtte in 1994 Filosofisch Bureau Ataraxia op, en werkt sindsdien als docent, trainer en gespreksbegeleider

Wat is gender? Over sociale ontologie

Voor velen is gender vanzelfsprekend: we leven ons geslacht, zonder er veel over na te denken. Gender lijkt verder gerelateerd te zijn aan lichamelijke “tekens” die ons vertellen tot welke categorie iemand hoort. Op het moment dat iemand een kamer binnenkomt, categoriseren we onmiddellijk en delen de persoon in de categorie mannelijk of vrouwelijk in. Gender hoort dus bij de manier waarop we semi-bewust andere personen ordenen. In de medische wereld wordt gender verbonden aan de “3 G’s”: genen, chromosomen en genitalia.

In mijn lezing zal ik betogen dat er in het geval van gender sprake is van een radicale sociale ontologie. De term ‘sociale ontologie’ lijkt een contradictio in terminis. We erkennen wel verschillende manieren van kennen van dingen (epistemologieën), maar als het gaat om “zijn”, is er slechts één realiteit die enkel kan worden begrepen zoals ze is. In het geval van gender is er echter niet zo’n essentie, zonder een specifiek kader waarbinnen we dit waarnemen. In het geval van gender gebruiken we ontologische kaders die er de realiteit en materialiteit van vormen.
Gender als radicale sociale ontologie gaat verder dan een eenvoudig sociaal constructivisme. Er is namelijk geen “gegenderde” materie die wordt geconstrueerd. Evenmin impliceert het een ontkenning van het lichaam, van genen, genitaliën en chromosomen. Zonder gender ontologie, zouden we die echter niet als geslachtelijk begrijpen. Gender begrijpen als een radicale sociale ontologie, ten slotte, heeft ook iets bevrijdends: het helpt ons los te komen van de strikte dualiteit van denken in termen van mannelijk en vrouwelijk.

Annemie Halsema is universitair docent aan de faculteit Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. Zij is geïnteresseerd in het thema persoonlijke identiteit, lichamelijkheid en de rol van de ander in het vormen van een identiteit

What does it mean to make existence assertions in mathematics? 
Is there a mathematical universe, perhaps an ideal mathematical reality, that the assertions are about? Is there possibly more than one such universe? Does every mathematical assertion ultimately have a definitive truth value? I shall lay out some of the back-and-forth in what is currently a vigorous debate taking place in the philosophy of set theory concerning pluralism in the set-theoretic foundations, concerning whether there is just one set-theoretic universe underlying our mathematical claims or whether there is a diversity of possible set-theoretic worlds.

Joel David Hamkins is Professor of Logic at Oxford University and the Sir Peter Strawson Fellow at University College Oxford

Onze wereld barst van de sociale objecten. Ze zijn zo prominent aanwezig dat het menselijke bestaan nauwelijks denkbaar is zonder de veranderlijke zwerm aan wetten, bedrijven, talen, rituelen, overheden, conventies en documenten waar we in leven.

Desalniettemin heeft de Westerse filosofie al sinds Plato vaak minachting voor sociale objecten gehad. Rousseau is wat dat betreft een paradigmatisch voorbeeld, gezien zijn opvatting dat de samenleving – met al haar conventies en instituties – de bron van alle kwaad en corruptie is voor een anderszins onschuldige en goedaardige mensheid.

Ook bij meer recente filosofen is deze gedachte nog springlevend: sociale objecten vervreemden ons van onszelf, van elkaar, en van de wereld. Die gedachte leidt vaak tot het idee dat we tijdelijk of permanent aan deze objecten moeten ontsnappen, richting een moment of plek waarop ongemedieerd menselijk contact mogelijk is. De voorspelling is dan meestal dat vanuit zulk authentiek contact een nieuwe, betere wereld kan ontstaan. Varianten van deze gedachte vinden we bijvoorbeeld in het denken van Hannah Arendt, John Rawls, Antonio Negri, Michael Hardt, Gilles Deleuze en Emmanuel Levinas.

Op basis van inzichten uit het speculatief realisme en met name uit de object georiënteerde ontologie betoog ik ten eerste dat dergelijke posities – ondanks hun onderlinge diversiteit – op flinke denkfouten berusten. De voornaamste is dat er überhaupt een mogelijkheid zou zijn om ongemedieerd en volledig authentiek contact met elkaar te hebben. Verder negeren ze dat sociale objecten noodzakelijk zijn om onze wereld te stabiliseren, dat sociale objecten vaak de enige instrumenten zijn die we hebben om andere sociale objecten te beïnvloeden, en dat het niet mogelijk is om sociale objecten te creëren die hun ‘leden’ niet tot op zekere hoogte vervreemden.

Vervolgens stel ik voor dat we daarom afscheid moeten nemen van het valse onderscheid tussen ‘goede’ sociale objecten die ons niet van onszelf en elkaar vervreemden en ‘slechte’ objecten die dat wel zouden doen. We moeten ten eerste accepteren dat alle sociale objecten een eigen en onreduceerbaar karakter hebben dat in termen van ‘vermogens’ begrepen moet worden. Ten tweede is het hoog tijd om te begrijpen dat iedere praktische relatie tot welk sociaal object dan ook per definitie vervreemdend is.

Arjen Kleinherenbrink (1984) is filosoof aan de Radboud Universiteit en specialiseert zich in de metafysica en wijsgerige antropologie

Onderbepaling, Ontologie en Wetenschap

Volgens de 1ste Onderbepalingsthese, van Pierre Duhem and W.v.O. Quine, zijn wetenschappelijke theorieën en modellen onderbepaald door de waargenomen feiten, de meetresultaten, de data, terwijl laatstgenoemde sinds de Wetenschappelijke Revolutie (17de eeuw) de belangrijkste rechtvaardiging vormen voor kennis-claims. Volgens de 2de Onderbepalingsthese, van Steven French, is `de metafysika van de fysika’ evenzeer onderbepaald door de fysika. Dit zal ik uiteenzetten.

Voorts komt het onderwerp aan bod dat, tegen wil en dank van dezelfde Quine, in de wetenschapsfilosofie een wederopstanding kent de laatste decennia: `de ontologie van de wetenschap’ (Aristoteles draait zich om in zijn graf). Ook dit zal ik uiteenzetten en verbinden met de 2de Onderbepalingsthese.

F.A. Muller is hoogleraar Wijsbegeerte der Exacte Natuurwetenschappen aan de Faculteit Wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit Rotterdam, en permanent gast-onderzoeker aan het Instituut voor Geschiedenis en Grondslagen der Natuurwetenschappen aan de Universiteit Utrecht

What is mothering? A crying baby as ontological puzzle.

Washing, cooking, cleaning, feeding, soothing – care work is indispensable for the economy, democracy and, indeed, philosophy. Yet, the work needed to sustain and reproduce social relationships – traditionally performed by women – is often invisible, undervalued, unprotected and not paid in current societies. For example, fundamental human rights, such as the right to social security and the right to leisure, are only applicable to people who earn wages and not attached to the strenuous labor of care.

The way that care is (mis)treated by politics, law and everyday culture is influenced by an ontology of care: a view on what care ‘is’. I will focus in my lecture on maternal care: the work that is needed to raise children.

Dominant ontologies treat maternal care as natural and instinctual; an activity that primarily addressess emotions and the body and that is completely controlled by necessity.

Inspired by philosophers such as Sara Ruddick and Michel Foucault, I sketch an alternative ontology of the maternal. From this perspective, maternal care cannot be reduced to biology, but is seen as a performative practice. This means that you do not become a mother by giving birth, but by doing the ongoing work of mothering. Indeed, provided that they practice enough, men can do a better job in mothering than biological mothers. Furthermore, I claim that mothering is characterized by traits that we normally ascribe to highly skilled, paid work, such as thinking. I conclude by sketching some implications of this ontology for politics and law, by focusing on current debates about care leave.

Irena Rosenthal is assistant professor at the Faculty of Law at the University of Amsterdam. She has published on the role of ontology in political philosophy and the emotional and creative dimensions of democratic citizenship. Her current research focuses on the practice and regulation of combining motherhood and work.

After his lecture, professor Badiou will be interviewed by Dolf van der Schoot. Van der Schoot currently teaches Ethics at TU Eindhoven, and he is writing his PhD-thesis at the Hochschule für Gestaltung (Karlsruhe, Germany) and the European Graduate School (Saas-Fee, Switzerland)

 Filosoof Paul Ziche en sociaal geografe Marit van Dijk nodigen je uit om mee te wandelen en waar te nemen in het Vondelpark. Zij voeren een dialoog over de werkelijkheid van het Vondelpark, waarbij vanuit hun beider achtergrond wordt bevraagd wat we denken te zien en te weten van onze groene omgeving. 

Het park kan worden gezien als parallel aan de stad, een bijna opzichzelfstaande belevingswereld, waar alles wat zich binnen haar poorten bevindt van het mensgemaakte verandert in natuur. Toch is het park juist een omgeving die is gemaakt voor en door mensen. Zo is het gebruik van het park al lang niet meer exclusief voor de wandelaar, maar ook voor de fietser, de jogger of de hond. Niet alleen voor een wandeling, maar ook om te ontmoeten, te eten, drugs te gebruiken of te sporten. De sociale regels die deze microcosmos in stand houden zijn onnavolgbaar, maar de sporen hiervan kunnen we beschouwen door met aandacht te kijken en te luisteren. 

Marit van Dijk is afgestudeerd als Erfgoed Professional en als Sociaal Geograaf. Ze is afgestudeerd op de relatie tussen de openbare ruimte en het collectieve geheugen. Specifiek is ze geïnteresseerd in de rol van standbeelden, straatnamen of andere symbolen bij het vormen van ruimtelijke historische narratieven. Als zelfstandige doet ze onderzoek in de culturele sector voor presentatie-instellingen, musea en de overheid. In haar vrije tijd zet ze zich in voor de dieren. 

Paul Ziche is hoogleraar Geschiedenis van de nieuwere wijsbegeerte aan de Universiteit Utrecht.

Why are facts ‚hard‘? Models for an atmospheric conception of reality

Typically, we characterize facts by using the metaphor of being ‘hard’. This has important implications, both for our metaphysics and for epistemology: The metaphor of facts’ being ‘hard’ suggests a picture of the world according to which the world consists of unchangeable, fixed entities that are conceived as a sort of atoms that, taken together, make up reality and, as facts, constitute our knowledge of reality. Arguments against an atomist epistemology have been raised prominently in the critical discussions levelled against the early versions of logical empiricism. In this paper, I would like to attack the apparently self-evident notion of facts as ‘hard’ in a different way: In the heydays of idealism and Romanticism, an emphatic notion of reality was developed according to which the model of reality did not derive from hard atoms, but from ‘atmospheric’ states – what is ultimately real, are not individual things, but states that provide a universal contexts for the individual objects that are embedded within and can only be identified within this universal context. These states are described, metaphorically but frequently also literally, in terms of adding a “fragrance”, a tone, an “atmosphere” to the individual items that are encompassed within an atmosphere. This notion is intimately linked to early hermeneutics, and is taken up by (neo-)phenomenological authors.

This talk will investigate the epistemological merits of an ‘atmospheric’ conception of reality, and will pay particular attention to the relevant metaphorical notions at the intersection between philosophy, phenomenology and poetry.

Paul Ziche is hoogleraar Geschiedenis van de nieuwere wijsbegeerte aan de Universiteit Utrecht

anniekfréderique bespeelt met haar eigen radioprogramma Studio Nonsens de oren van menig luisteraar. Daarnaast stond ze onder andere op Catch Festival. Op DRIFT zal ze het publiek verrassen met haar eigenzinnige eclecticisme.

Ik wil graag álles kunnen begrijpen, tegen beter weten in. Ik heb veel gezocht naar een manier om dat te doen, maar het lukt vooralsnog niet. Ik ben dan ook geen filosoof, ik ben gewoon iemand die er ook maar wat van probeert te maken. Mijn kunstenaarschap is een manier om met dit onvermogen om te gaan. Het bevindt zich ergens tussen de filosofie, pseudo-intellectualisme en dagelijkse situaties waarin ik problemen uit mijn onderzoek in herken. Het uit zich vooral in sculptuur, installatie, video en tekst.

Romar de Bonte is kunstenaar, en studeerde in 2018 af aan ArtEZ in Arnhem. Zie www.romardebonte.com

Hard//hoofd is een  online tijdschrift voor kunst, journalistiek en literatuur. Hard//hoofd nodigt twee schrijvers en een singer-songwriter uit om zich te buigen over ‘Het zijn en de dingen: poëzie, journalistiek en literatuur.

Daan Steinebach, Hard//hoofd-redactielid en student internationaal recht (LLM) aan de VU over hoe (politieke) vijandsbeelden de wereld in worden geslingerd. 

Rose Doolan, schrijver en singer-songwriter zingt het nummer America, waarin het landschap de boodschap uitdraagt. 

Lot Veelenturf, schrijver en student Creative Writing, vertelt over hoe hen genderqueerdentiteit een noodzakelijk herhaaldelijk opnieuw voorstellen bewerkstelligt. 

Traplezing: Making sense of Fiction

There is a reason why we take some every-day ontological practices for granted. It is for the same reason that people in Trafalgar Square cant see England. Pegasus fliesSherlock Holmes is intelligent and Apollo is not a rock-star”: all these things are conventionally accepted. The question is: how can we make sense of them? Or, to complicate the picture, consider Ajax liked daises or Reptilians exist. This only gets more puzzling; but why so?

The existence of fictional characters challenges our way of deciding whether a sentence is true or not. Different philosophical stories seem to run into different formal problems and vice versa. In short, during this talk we will discuss stories about stories and try to make sense of our ontological practices.

Matteo Ferrari and Yvette Oortwijn are students in the Master of Logic (MoL) at the University of Amsterdam

 

Met haar voordracht maakt Elisabeth het bekende opnieuw onbekend. Zodat we, met een nieuw perspectief, weer zien welke dingen er eigenlijk allemaal om ons heen zijn.

Elisabeth Hunting is afgestudeerd aan de opleiding Creative Writing aan de ArtEZ met een bundel wetenschapspoezie. Nu doet ze onderzoek naar autonomie aan de Research Master Filosofie aan de Radboud Universiteit

Polygon Seizures, FKA This Pumpkin Brazil, AKA DJ Frides van de Ven, is een oude bekende van DRIFT. Geïnspireerd door David Byrne en Saul Kripke neemt hij je mee in een flitsende toer langs zuid-Afrikaanse funk, Poolse disco, Arabische psychrock, Detroit accelerated funk, normale house en zooi uit de jaren tachtig – kortom alles waar je van wil gaan dansen. Zoiets? 

Merel van Slobbe (1992) schrijft proza en poëzie. Daarnaast studeert ze filosofie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, waar ze ook campusdichter is geweest. In 2017 won ze de Meander Dichtersprijs en in 2018 werd ze tweede bij de Turing Gedichtenwedstrijd met het gedicht ‘Als je stil bent hoor je in de verte gletsjers smelten’. 

Merel zit in een talentontwikkeltraject van productiehuis De Nieuwe Oost | Wintertuin. Ook maakt ze onderdeel uit van het schrijverscollectief Poẽzie Colada.

Mari van Stokkum zal spreken over het ‘paradox van de privéwereld’.

Wat is het verschil tussen het kennen van de ander als ding, en het kennen van de ander als ander? Is de ander als ander iets wat ik kan kennen? In hoeverre heb ik toegang tot de werelden van wezens die geen mensen zijn? In hoeverre heb ik toegang tot de werelden van wezens die mensen zijn? Kan ik de wereld bekijken door de ogen van een ander dier, door de ogen van een ander mens? Immanuel Kant? Aristoteles? Edith Stein? Jakob von Uexküll? Wat? Wie? Voor deze vragen en nog vele anderen kunt u de 11e terecht bij Mari van Stokkum.

Naast een bekend gezicht op AmFiBi-feestjes, is Sander Storm inmiddels een rijzende ster in de internationale trance scene. Na zijn befaamde optredens in Parijs, strijkt hij neer op zijn thuishonk en sluit hij de avond af. 

Hallo, mijn naam is Tappertje. Ik ben momenteel een master-opleiding eerstegraads docent filosofie aan het afronden aan de Universiteit van Amsterdam. Ik zoek vanaf komend schooljaar een baan als docent. 

Tappie komt ons voorzien van een flitsend muzikaal opreden.