Genesis
In den beginne schiep De Filosoof Haar hemel en aarde. De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte, en de geest, gevuld met de Ideeën van De Filosoof, zweefde over de wateren.

En De Filosoof zei: 'Er moet een uitspansel zijn tussen de Ideeën, een afscheiding tussen de ene Idee en de andere.' En De Filosoof maakte het uitspansel; Zij scheidde de Leerling van de Meester, de Wetenschap van de Kunsten, de Publicaties van de Literatuur, het Echte van het Pseudo. Zo gebeurde het. Het uitspansel noemde De Filosoof grens. Het werd avond en het werd ochtend; dat was de eerste gedachte.

Toen zei De Filosoof: 'Er moet Verlichting zijn!' En er was Verlichting. En De Filosoof zag dat de Verlichting goed was. De Filosoof scheidde het Verlichtte van de duisternis; het Licht noemde Zij Kant, Locke en de Franse Philosophes, de duisternis noemde Zij Kritische Theorie. De wereld verviel in dialectiek. Het werd avond en het werd ochtend; dat was de tweede gedachte.

En De Filosoof zei: ‘De Ideeën moeten naar één plaats samenvloeien.’ En de samengevloeide Ideeën noemde Zij De Academie. En De Filosoof zag dat het goed was. En De Filosoof zei: 'Het land moet zich tooien met jong gras, zaadvormend gewas en vruchtbomen die ieder naar zijn soort hun vruchten dragen, met zaden der kennis erin.' Zo gebeurde het. En uit het land schoten boeken en geschriften, in allerlei soorten. En De Filosoof zag dat het goed was. Het werd avond en het werd ochtend; dat was de derde gedachte.

En De Filosoof zei: ‘Er moeten lichten zijn aan het hemelgewelf, die de dag van de nacht zullen scheiden; zij moeten als tekens dienen. De Filosoof maakte de Avondster en de Ochtendster, en gaf ze een plaats aan het hemelgewelf, om de aarde in verwarring te storten. Is de Avondster de Ochtendster? Is de dag de nacht? Zo schiep De Filosoof de paradox. En De Filosoof zag dat het goed was. Het werd avond en het werd ochtend; dat was de vierde gedachte.

En De Filosoof zei: 'Nu gaan Wij de leerling maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend; zij zal heersen over de Ideeën. De wereld moet wemelen van tabula rasa.' Toen schiep De Filosoof de leken, soort na soort. En De Filosoof zag dat het goed was. De Filosoof zegende ze en Zij sprak: 'Wees vruchtbaar; bevolk de Ideeënwereld en onderwerp haar; heers over de woorden en de zinnen, het goede en het kwade, het ontologische en het epistemologische, de droom en de werkelijkheid, de illusie en de realiteit, en laat uw gedachten talrijk worden.' Het werd avond en het werd ochtend; dat was de vijfde gedachte.

En De Filosoof zei: 'Hierbij geef Ik al het kenbare; het zal jullie tot voedsel dienen.' Zo gebeurde het. De Filosoof bekeek alles wat Zij gemaakt had, en Zij zag dat het heel goed was. Het werd avond en het werd ochtend; dat was de zesde gedachte.

Zo werden haar hemel en aarde voltooid, en alles waarmee ze toegerust zijn. In de zevende gedachte bracht De Filosoof het werk dat Zij verricht had tot voltooiing en rustte. De Filosoof zegende de zevende gedachte en maakte haar heilig. Vanuit Haar Ivoren Toren keek zij uit over het landschap dat Zij geschapen had. Met haar pilaren en scholen, haar bubbels en hiërarchieën. De Filosoof keek uit over Haar landschap en zag dat het goed begrensd was.

Laat DRIFT u meenemen op een avond voorbij de grens.

Jade Fletcher is a teaching fellow in philosophy at the University of Edinburgh and she completed her PhD at the University of Leeds in 2018. She works on issues in metaphysics, philosophy of language, and social philosophy, and is particularly interested in places where these areas overlap. 

‘Truth in Metaphysical Languages’

Truth is required to play a complex theoretical role. Metaphysicians can be found saying things like the following: the goal of metaphysical inquiry is to provide a true picture of what the world is like; metaphysical theories correspond to the fundamental level of reality; truth is what a representation has when it corresponds to non-representational reality; when a representation is true, it is reality that makes it so. In addition to this deployment of the concept, philosophers of language can be found saying things like: truth is what speakers aim at when they make assertions; understanding a sentence consists in knowing the conditions under which it would be true; synonymous expressions can be substituted in a sentence without altering the sentence’s truth value; the truth value of a complex expression depends upon the truth value of its component expressions. Whereas the metaphysical deployment of the concept is supposed to secure some kind of relation between representations and non-representational reality, the deployment in the philosophy of language is centrally concerned with the requirements of knowing and using a language.

This generates some important questions:
(1) what demands do each of these enterprises place on the concept of truth, (2) how do these two deployments of the concept interact, (3) is there a concept which can satisfy all of the demands placed upon it, and (4) do commitments to a particular view of the role of truth on one side, force you into commitments about the role of truth on the other? I am interested in treating ‘truth’ as a theoretical term, and then trying to ascertain whether there is a consistent set of demands that can be placed on the concept.

Pursuant to this end, this presentation explores and evaluates a language-first approach to metaphysics, where the language in question is not natural language but rather a special metaphysical language. I take as a case study Ted Sider’s project in Writing the Book of the World (2011). His project is interesting as it offers a synthesis between approaches to metaphysics which take meaning and truth to be altogether orthogonal to metaphysical inquiry, and those which take metaphysics to be in some sense posterior to a satisfactory study of language. Metaphysics is therefore centrally concerned with meaning and truth, but not as these notions usually apply to theorising about natural language.

Wouter Kalf (PhD (Leeds) 2013) is a University Lecturer in Practical Philosophy at Leiden University in the Netherlands. He has published in such journals as Philosophical Studies, Inquiry and Ethical Theory and Moral Practice. He is mainly interested in meta-ethics, political philosophy and environmental philosophy.

‘Moral Error Theory, Abolitionism, and Global Warming’

According to the moral error theory, all our moral judgments are systematically false. Our moral judgments purport but fail to refer to objective moral facts. In my talk, I will defend this theory. I will also ask and answer the so-called now what question for moral error theorists: moral error theory, and now what? What should we do with our erroneous moral thought and talk once we have accepted the error theory?

According to the abolitionist answer to the now what question, we should abolish our moral thought and talk completely. Morality is bad for us. It is an instrument in the hands of the haves to oppress the have nots. Morality, as Jason Dockstader writes, is “pathological, negative, guilt-ridden, sad, anxious, angry, resentful, passive-aggressive, hypocritical, arrogant, … and ugly” whereas abolitionism , as Joel Marks says, is “guilt-free, tolerant, interesting, explanatory, simple, compassionate and true”. I will also defend abolitionism. Finally, I will discuss what accepting the moral error theory and abolitionism entails for the solvability of the one of the most pressing problems of our times; viz., global warming.

Kelee(Kyong Eun​) Lee is a doctoral candidate at Husserl Archives at KU Leuven, Belgium. Her main interest is in the phenomenological research on imagination, particularly in relation to various types of communication and intersubjective experience. She is currently working on a project with the title “Understanding each other : phenomenological account of communication”, where she investigates the role of imagination in the intersubjective constitution of shared meaning.

‘Going beyond the boundary of our lifeworld: A Husserlian account of the role of imagination in communication’            

Husserl’s phenomenological notion of imagination has been constantly appreciated in various areas of related research. However, handled mostly in the context of discussing eidetics and intuitive experience, its import for communication has not been sufficiently addressed. In my presentation I aim to talk about some of the Husserlian insights that we can gain when we understand the unique role that imagination plays in communication, and ultimately discuss what that implies for the experience of expanding the boundaries of our own lifeworld.              

Based on Husserl’s doctrine of meaning act, we view communication as established authentically if the receptor in the communication is able to reconstitute what is meant by the speaker through the expression, in such a way that not only the meaning is conveyed but also the intuitive form of the meaning is constituted as the ‘meaning-fulfilment’. Hereby the receptor must be able to draw from one’s own experiential lifeworld as one’s meaning horizon in order to constitute such ‘intuitive fulfilment’. However, there arises the problem of the plurality of lifeworlds. At some point, the disparity between the lifeworlds may challenge the authentic meaning sharing, as the receptor’s experiential horizon may be too limited to provide the needed intuitive reconstitution. The function of imagination becomes crucial here, as the ability to deliver the intuitive contents in the form of secondary experience. It is Husserl’s notion of peculiar quasi-egoic character of imagination that helps us to see in more depth how this becomes possible and what kind of experiential structure is involved. According to Husserl, although the resulting fulfilment does not have the same level of evidential strength as first-hand experiences, it can still provide valid measures for the appropriation of secondary experience into the given experiential horizon. As a result, the expansion of the initial “home” lifeworld takes place.

Giving the due attention to the role of imagination when accounting for the process of communication not only opens a way for responding to critiques of Husserl that deemed his account of communication an outdated form of meaning theory, but also it also helps to advance our understanding of the complicated process of communication – especially with regard to how the encounters with the unfamiliar other can prompt us to go beyond the boundaries of our given lifeworld once we do not give up on the possibility communication and imagination.

Dr. Seppe Segers is als filosoof verbonden aan het Bioethics Institute Ghent (Universiteit Gent). Zijn onderzoek is hoofdzakelijk gericht op ethische vraagstukken binnen reproductieve geneeskunde, embryo-onderzoek, erfelijke genoomwijziging, ectogenese en foetale geneeskunde. Zijn bredere onderzoeksinteresses liggen binnen normatieve ethiek, ‘theory of need’, taalfilosofie en wetenschapsgeschiedenis.

Hoe ver mogen of moeten we gaan om het verlangen naar een genetisch ‘eigen’ kind te (helpen) bevredigen?

In het streven naar wensbevrediging stuiten mensen vaak op obstakels. Het is een moeilijk te ontkomen feit dat frustratie ten gevolge van onbevredigde verlangens deel uitmaakt van een mensenleven. Sommige van die verlangens beschouwt men als eerder triviaal, terwijl andere gezien worden als onderdeel van een centraal levensplan. Het is een gecontesteerde ethische vraag wanneer een verlangen belangrijk genoeg is om als basis te gelden voor een morele claim op anderen. Wetenschap en technologie functioneren vaak als vehikels om de grenzen aan wensbevrediging te verleggen. Tijdens deze lezing gaan we dieper in op de normatieve vraag waar die grens moet liggen wanneer het gaat over ouderschap en kinderwens. Hoe ver mogen of moeten we gaan om het verlangen naar een genetisch ‘eigen’ kind te (helpen) bevredigen? Welke risico’s en welke kosten zijn aanvaardbaar? Is een genetische link überhaupt moreel relevant? Wat met de aanvaardbaarheid van genoomwijziging voor een toekomstig kind met specifieke (niet-medische) kenmerken? Het doel van deze presentatie is om in deze context zowel conceptuele grenzen als verondersteld morele grenzen te ondervragen.


Alena Rettová is Professor of African and Comparative Philosophy at the School of Oriental and African Studies in London (UK). From April 2020, she will take up a professorship in African and Afrophone Philosophies at the University of Bayreuth in Germany, where she will lead a team of seven researchers working on African philosophy, funded from a European Research Council research grant entitled “Philosophy and Genre: Creating A Textual Basis for African Philosophy”. Alena’s research focuses on philosophies in African languages. She is the author of Afrophone Philosophies: Reality and Challenge (2007), Chanter l’existence: La poésie de Sando Marteau et ses horizons philosophiques (2013), and a number of articles in academic journals and edited volumes.

‘Philosophy in texts: Towards African-language philosophy’

The lecture interrogates the “borders” of philosophy, in the context of the debate on African philosophy. Mainstream African philosophy is an exclusively Europhone discourse: if you look for literature on African philosophy in libraries, you will find books in English, French, Portuguese, or even German or Czech, but you will search in vain for publications in Swahili, Yorùbá, Wolof or Bambara. While this gap can be explained by the colonial language policies in Africa, what implications does it have for contemporary African philosophy? Does philosophy exist in African languages? After decades of both political and epistemological “decolonization”, some scholars in African philosophy still believe that African languages are “unfit for philosophy”, for one reason or another.

The lecture first addresses the issue of language in philosophy theoretically. It examines two notions relevant for an answer to the question of Afrophone philosophy: on the one hand, the hypothesis of linguistic relativity. Ngugi wa Thiong’o famously argued for the use of African languages in literature; but is the language issue equally important in philosophy? Why does language matter? The second notion is translation. How does translation respond to the challenges of linguistic relativity? Is translation a way to develop African-language philosophy? In my lecture, I will argue that translation is a helpful, but not a sufficient strategy leading towards this goal. Instead, it is necessary to explore existing African-language discourses; but this then means crossing borders towards “other” fields of intellectual enquiry. It also means that philosophy has to address its own biases concerning its form: its language, style and genre.

The lecture will introduce selected case studies of authors of Afrophone texts that develop sophisticated philosophical reflections, in response to existing institutionalized (Western, African or global) philosophy or even independently of it, while at the same time they are not called “philosophical” by their authors or audiences. I will argue that such texts represent a rich, and hitherto largely untapped, resource of original philosophical insights.

Sinds 2006 zet een groep filosofiestudenten van de Universiteit van Amsterdam zich jaarlijks in om Wijsgerig Festival DRIFT te organiseren. De oprichting van DRIFT kwam voort uit onvrede over de kwaliteit van het aanbod van wijsgerige festivals, en de liefde voor de wijsbegeerte en de wens om deze liefde met anderen te delen.

DRIFT wil hoogstaande academische filosofie toegankelijk maken voor zoveel mogelijk geïnteresseerden. Door wijsgerige academici uit binnen- en buitenland een podium te bieden is DRIFT een platform dat de huidige ontwikkelingen binnen de filosofie weergeeft. Bezoekers worden uitgenodigd om kennis te maken met theorieën en denkers waar zij anders wellicht niet snel mee in aanraking zouden komen. DRIFT vormt een unieke combinatie van filosofie en cultuur. Doordat zowel lezingen en debatten als poëzie, proza, muziek, theater en beeldende kunst worden geprogrammeerd, ontstaat er een wisselwerking tussen de filosofische theorieën en de kunstzinnige uitingen waardoor de randen van de filosofie worden opgezocht.

Gerenommeerde namen gaan in debat met jong aanstormend talent. Er bestaat ruimte voor complexe, specialistische en diepgravende filosofische theorieën, maar ook voor gesprekken in de wandelgangen en aan het eind van de avond een toevlucht op de dansvloer. Ieder jaar worden filosofiestudenten uitgenodigd om als trapsprekers hun visie op de wereld en het huidige filosofische klimaat te laten zien. Wijsgerig festival DRIFT verbindt kwalitatief hoogstaande lezingen met een veelheid van kunsten. De bezoeker wordt heen en weer geslingerd tussen theorieën, gesprekken, kunsten en indrukken, om driftig van nieuwe ideeën weer huiswaarts te keren.

Collectief

Lotus Friede

Lisa Brouwer

Petra Boevé​

Sabine Perigault

Quinten Torre

Contact

Stichting Wijsgerig Festival DRIFT

Oude Turfmarkt 143, kamer 1.14

1012 GC Amsterdam

NL08 INGB 0006 0582 05

t.n.v. Stichting Wijsgerig Festival DRIFT

E-mail: festivaldrift@gmail.com

Fondsen & Sponsoren

Departement Wijsbegeerte

Tsjechisch Centrum

CREA

Adres
Stadsherstel ’t Zonnehuis
Zonneplein 30
1033 EK AMSTERDAM


Bereikbaarheid

’t Zonnehuis ligt op 5 minuten fietsen van de NDSM-werf. Achter het Centraal Station Amsterdam vertrekt om het kwartier een pont naar de NDSM-werf. De laatste pont naar Amsterdam Centraal vertrekt om 00:00 uur.


Openbaar vervoer

Vanaf het Centraal Station Amsterdam neemt u de Noord/Zuidlijn (GVB Metro 52) naar Metrostation Noorderpark. Vanaf dit station rijdt om het kwartier bus 35 en naar halte Maanstraat, die ligt op drie minuten lopen van ’t Zonnehuis (400 meter).
Kijk op de website van het GVB voor de actuele vertrektijden.

Wijsgerig Festival DRIFT 2020 | 24 april 19:00 | 't Zonnehuis (Zonneplein 30, 1033 EK Amsterdam)