“Filosoof, vertel ons hoe het zit! Maar zorg dat je niets omver stoot, we willen alles graag houden zoals het is. Kom je bij ons eten en onze boze dromen verjagen?”
De uitnodiging werkte niet voor Socrates, hij werkte niet voor Nietzsche en hij werkt niet voor ons. Dat feest zullen wij helaas moeten missen maar wie vinden wij wél aan de eettafel? Iedereen die u wekelijks tegenkomt in tijdschriften, in licht-filosofische columns, alle moraalridders, iedereen die wel eens heeft nagedacht over de zin van het leven: ze zitten gezellig naast elkaar een beetje te keuvelen. Iedereen beschaafd, modern, kritisch en verlicht. Ondertussen gaat buiten de hekken van dit keurige huisje van alles mis, maar de gordijnen blijven gesloten. Tussen de stoeptegels woekert onkruid waar de huis-, tuin- en keukenfilosofie niet tegen bestand is.
De koffie is klaar: een laf bakkie wordt aan iedereen geserveerd, en de eerste spreker steekt van wal. Hij leest voor uit eigen werk: “Dames en heren, ik zal argumenten presenteren waaruit blijkt dat onze wereld zoals die nu is liberaal, democratisch, ethisch, kapitalistisch, seculier, verantwoordelijk, redelijk, wetenschappelijk en geordend, kortom: Westers precies goed is, en daarom verdedigd, beschermd en geëxporteerd dient te worden.” De man gaat voort met zijn betoog. Na afloop applaudisseert men, en de volgende spreker vangt aan: “Dames en heren, gelukkig geloven we allemaal niet meer in God...” Men begint te joelen en te juichen. De volgende begint: “Dames en heren, de wetenschap heeft bewézen!...” Maar wat is dit voor “filosofie”? Is dít filosofie? Nee: dit is ook slappe koffie.
Wat ons vandaag aan problemen wordt gepresenteerd aanpakken met ideeën uit het verleden is vaak dweilen met de kraan open: zijn de problemen niet de doorwerking van de mazen in het net dat de denker vroeger eens gevlochten heeft? Zijn oplossingen zijn eveneens lek. En ook al heeft de oude filosofie haar heilzame werking, wanneer zij door de mangel van de actuele beschouwing wordt gehaald, blijft er weinig meer dan een voetnoot in een groter lettertype over. Blijven we ons verbinden met wat er reeds gezegd is, dan zullen we ons blijven verbazen over het feit dat de belofte van een onkruidvrije stoep nooit is ingelost.
Filosofie beweegt in haar specifieke actualiteit precies de andere kant op. Ze betrekt zich niet op het heden als duiding, maar als vraag. Ze wil altijd verder gaan: twijfelen, de randen van het gangbare opzoeken, laten zien waar het wringt en voorstellen hoe het beter kan en hoe dat moet. Juist omdat we op deze specifieke wijze begaan zijn met de actualiteit moeten we afstand nemen van zowel het actualiteitsfetisjisme als ontsnappen aan de plakkerige kracht van het verleden. Als gevolg daarvan is de filosoof vaak een roepende in de woestijn, maar tegelijkertijd staat er veel op zijn naam: hoe vaak vinden we niet de bewering dat de Westerse wereld is gebouwd op het denkwerk van de Verlichters? Voor hen was ons heden de toekomst zij zijn onze vormgevers, wij zijn hun erfgenamen. Deze schatplicht houdt echter niet in dat we niet van hun zijde mogen wijken: nemen we hen serieus, dan is het juist onze plicht verder te kijken dan zij konden zien.
We moeten een radicale stap maken, terug naar de toekomst.